19 december 2013

Ouders zijn onvoldoende op de hoogte van de online-activiteiten van hun kinderen

Een Europees onderzoek, onder meer in Nederland, door het onafhankelijk onderzoeksbureau Atomik Research, in opdracht van McAfee, legt de discrepantie bloot tussen wat tieners online uitspoken en wat hun ouders dénken dat hun kroost doet.


Ongeschikte content
Veel Nederlandse tieners bekijken bewust of onbewust content die voor hen ongeschikt is, terwijl ouders er het volste vertrouwen in hebben dat hun kind geen ongepaste websites bezoekt en hun kinderen daarom volkomen vrij laten op Internet. Ook zijn zij vaak in de veronderstelling dat hun tiener de waarheid spreekt over diens online-activiteiten. Dit blijkt echter niet altijd terecht:

  • Van alle Europese tieners komen de Nederlandse tieners het vaakst in aanraking met ongewenste seksueel expliciete content (43%), terwijl ze het laagst scoren bij het gericht op zoek gaan van dergelijke content (9%).
  • 40 procent van de Nederlandse jongeren heeft weleens een video bekeken die hun ouders niet zouden goedkeuren.
  • 37 procent van de Nederlandse tieners geeft toe websites te bezoeken die hun ouders zouden afkeuren.
  • 21 procent van de Nederlandse schoolgaande jeugd speurt het net af naar toets-antwoorden, 14 procent van de ouders vermoedt dat hun kind zoiets doet. Met 34 procent zijn de Nederlandse jongeren het actiefst in het online opzoeken van antwoorden/oplossingen voor school-gerelateerde taken.
  • 19 procent van de Nederlandse tieners zoekt actief naar naaktfoto’s en pornografie, terwijl 14 procent van de ouders dit van hun kind vermoedt. Van de betreffende tieners doet 55 procent dit een paar keer per jaar en 40 procent een paar keer per maand.
  • Daartegen over staat dat 42 procent van de Nederlandse jongeren per óngeluk op naaktfoto’s en pornografie stuit. Hiervan belandde 36 procent op de betreffende website door op een advertentie te klikken.
  • 19 procent van de Nederlandse jongeren heeft weleens gewelddadige content gezocht op internet, 10 procent van de ouders vermoedt dit.
  • Meer dan de helft van de Nederlandse jongeren, 51 procent, heeft de naam van hun school online gezet.
  • 10 procent heeft weleens zeer persoonlijke informatie over zichzelf op internet gepost.
  • 9 procent zegt weleens op sociale media te hebben gepost wáár ze iemand zouden ontmoeten.


Verbergen online gedrag voor ouders
  • 20 procent van de Nederlandse jongeren zegt dat ze hun online-gedrag voor hun ouders kunnen verbergen.


Het onderzoek laat zien dat de meeste Nederlandse tieners diverse maatregelen nemen om hun activiteiten op internet van hun ouders af te schermen:
  • 37 procent minimaliseert de browser zodra er een ouder binnenkomt
  • 24 procent wist de browsergeschiedenis
  • 23 procent bekijkt de ongepaste content op een smartphone of tablet.


Liesbeth Hop, directeur van de Academie voor Media en Maatschappij; “Wij onderschrijven het belang van dit onderzoek dat wederom aantoont hoe belangrijk het is dat ouders hun kinderen begeleiden in de virtuele wereld. Daarbij is de eerste stap dat ouders op de hoogte zijn van de online activiteiten van hun kinderen en daar kom je bij deze technisch vaardige generatie alleen achter door open en in vertrouwen met hen in gesprek te gaan. In de opvoeding van nu is mediawijsheid een cruciale factor omdat het leven van kinderen zich tegenwoordig voor een groot deel afspeelt via de media. Zij zijn overal en altijd online, vaak buiten het blikveld van de ouders.”

Ouderlijk toezicht en betrokkenheid
Van de Nederlandse ouders geeft 61 procent aan weleens een gesprek met hun tiener te hebben gehad over veiligheid op internet, dat betekent dat 39 procent dat blijkbaar nog nooit heeft gedaan. De virtuele wereld wordt door 37 procent als net zo ‘gevaarlijk’ gezien als de échte wereld. De ouders die betrokken zijn bij de veiligheid van hun kind op internet, hebben de volgende acties ondernomen:

  • 37 procent maakt gebruik van ouderlijk toezicht op de thuiscomputer.
  • 26 procent weet de wachtwoorden van e-mailadressen en sociale media-accounts van hun kind
  • 24 procent heeft apps voor ouderlijk toezicht geïnstalleerd op alle op internet aangesloten apparaten die hun kind gebruikt.


Cyberpesten: actueler dan ooit
Een aanzienlijk deel van de jeugdige Nederlandse respondenten zegt ooit te maken te hebben gehad met cyberpesten of er getuige van te zijn geweest.

  • 26 procent is er getuige van geweest dat een vriend of klasgenoot online werd gepest.
  • 8 procent geeft toe zélf het slachtoffer te zijn geweest van cyberpesten, met verschillende emoties tot gevolg, variërend van angst voor hun veiligheid (47 procent) via niet meer naar school willen (18 procent) tot suïcidale gedachten (24 procent).
  • De meeste getuigen van cyberpesten, 62 procent, stappen ermee naar een ouder, een leraar of een andere volwassene.


Meer informatie


Over het onderzoek
Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van McAfee door Atomik Research in vijf Europese landen: Frankrijk, Duitsland, Spanje, Nederland en Italië. In elk van deze landen werden in oktober 2013 200 ouders en 200 jongeren van 13 tot 17 jaar ondervraagd, behalve in Duitsland, waar 500 ouders en 500 jongeren werden ondervraagd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen