Hoe de overheid je in de gaten houdt – en wat je daartegen kan doen

0
116
Computer met vpn afbeelding

Door de rel rondom Huawei en mogelijke spionage via hun software door de Chinese overheid staat de privacy van de burger weer ter discussie. De vraag van velen is in hoeverre overheden hun burgers al in de gaten houden, en vooral in welke mate dat legaal is. Hoe dan ook, er zijn maatregelen die je als burger zelf al kan nemen.

Een boycot op Huawei-smartphones en technologie. Veiligheidsdiensten die telefoonnetwerken onderzoeken. Griezelverhalen over hoe de Chinezen meekijken op je telefoon en toegang hebben tot al je gevoelige gegevens. De rel rondom Chinese techgigant Huawei toont weer eens aan hoe privacy en technologie met elkaar verbonden zijn – en hoe technologie onze privacy kan schaden.

Hoewel de Engelse veiligheidsdienst geen bewijzen vond voor spionage, zei de Nederlandse AIVD wel dat Huawei mogelijk betrokken was bij spionage. Maar China is ver weg. In een tijd waarin we al meer tijd rondbrengen en dus informatie delen op het internet dan ooit, is de vraag in hoeverre onze eigen overheid al meekijkt in ons digitale leven.

Vijf jaar geleden schreef De Correspondent al over de haast onbeperkte toegang van de Amerikaanse overheid in onze digitale infrastructuur. En ook op Europees niveau delen digitale veiligheidsdiensten in grote mate informatie over burgers met elkaar. Ook in Nederland hebben de veiligheidsdiensten in principe enorm veel ruimte om burgers af te luisteren, mee te kijken naar hun internetgedrag en privacygegevens te verzamelen.

Er zijn uiteraard manieren om jezelf online zo goed mogelijk te beschermen via een vpn gratis, maar als de overheid ergens een veiligheidsrisico in ziet, mogen ze volgens de wet in grote mate hun eigen burgers bespioneren. De vraag die boven komt drijven: kan de overheid zomaar iedereen als risico zien? Mogen ze iemand zomaar als risico bestempelen om zo toegang te krijgen tot privégegevens? De waarheid is, gelukkig voor de burger, dat daar voor veiligheidsdiensten een behoorlijk proces aan voorafgaat.

Dat proces is vooral vormgegeven na de onthullingen door Edward Snowden over de spionage bij de NSA. Amerikaanse veiligheidsdiensten verzamelden op grote schaal privégegevens van burgers en toen dat naar buiten kwam werd er in de hele westerse wereld opnieuw naar de definitie van online privacy gekeken.

Na de aanslagen van 11 september was er namelijk een soort veiligheidsorde gecreëerd waarin veiligheidsdiensten haast onbeperkt hun gang konden gang, zolang ze hun taken maar konden verdedigen. Vaak werden hun illegale methoden verdedigd door te zeggen dat het “in het landsbelang was” of “in de strijd tegen terrorisme”. Maar na de Snowden-onthullingen, werd die aanpak opnieuw bekeken.

Tegenwoordig moeten veiligheidsdiensten in Nederland zich voor de rechtbank verantwoorden als ze iemand willen afluisteren. Er gaan verzoeken aan vooraf bij onafhankelijke instanties die toetsen of iemand daadwerkelijk een risico is voor de samenleving, en of de spionageactiviteiten geen inbreuk vormen op de privacy van een burger die niets op zijn kerfstok heeft.

In het buitenland is dat echter anders. Door de nieuwe technologie, op netwerken, servers, via software en mobiele telefoons kunnen naast overheden nu ook bedrijven toegang krijgen tot privégegevens van klanten. Het in het geval van Huawei zorgt dat ervoor dat er nu maatregelen worden getroffen om erger te voorkomen. Voor de burger is het nu belangrijk zichzelf te beschermen, tegen overheid of bedrijf, want onze privacy is in het geding.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here